Alessandro De Francesco (1981) is een Italiaanse dichter en geluidskunstenaar die zich manifesteert op het grensvlak van poëzie en filosofie. Zijn dichtbundel Ridefinizione (Herdefinitie) concentreert zich op het punt waarop tekst discours of, specifieker, ‘nieuws’ wordt. De interactie tussen nieuws in de kapotgeslagen en platgebombardeerde zin van het medialandschap en nieuws als het daadwerkelijk voortbrengen van nieuwe manifestaties van gebeurtenissen: het nieuws als gebeurtenis, als evenement. De Francesco’s poëtische taalgebruik is dan ook ingesnoerd. Ingesnoerd in de vorm van een scherm, waaruit zo nu en dan woorden met moeite weten te ontsnappen. Ingesnoerd in de minuskel, die de gelijkwaardigheid van elke letter opdringt. Ingesnoerd in het nieuws zelf; een groot deel van de gedichten werd geschreven tussen de regels door van actualiteiten die De Francesco in een database verzamelde: de Irakoorlog, Guantánamo Bay en het voortslepende conflict tussen Israël en Palestina. En ingesnoerd in de anonimiteit; het werk bevat geen enkele eigennaam, behalve die van de schilder Jan Vermeer. Vermeer is in Ridefinizione de naam, de signatuur voor de injectie – en het onmiddellijk vervagen daarvan – van kleur en volume in ons waarnemingsvermogen.
De overdracht tussen het nieuws en het nieuwe, een overdracht van betekenis, hoe gefragmenteerd ook, vindt zowel plaats op woordelijk als op discursief niveau tussen de gedichten – als plot. De hele bundel roept de spanning op die doet denken aan het onderliggende oedipale drama in Narration d’équilibre 4:W van de Franse dichter Jean Daive, een spanning die ook bij De Francesco nergens een expliciete oorzaak vindt. Deze overdracht wordt echter belemmerd door een serie epistemologische obstakels van media- politieke, cognitieve en emotionele aard, zoals hij schrijft in zijn artikel ‘Ostacoli, Ipotesi, Complessità’ (Obstakels, Hypothesen, Complexiteit) in het Italiaanse tijdschrift Per una Critica futura.
Het obstakel van de media en de politiek werpt zich op wanneer de zegbaarheid, de dichtbaarheid in het geding komt, doordat het huidige politieke systeem – liberaal-kapitalistisch parlementarisme – zich in de eerste plaats beperkt tot wat wij ons kunnen of mogen voorstellen: het onvoorstelbare heeft geen plaats in de politiek, noch in de spreekbuizen die haar overal ter beschikking staan. Om een recent, vaak genoemd voorbeeld te geven: het lijkt makkelijker het einde van de wereld voor te stellen met enorme vloedgolven, aardbevingen en vulkaanuitbarstingen dan het einde in te zien van een economisch systeem dat op zijn hoogst pas zo’n tweehonderd jaar bestaat. Het media-politieke obstakel belet ons het onvoorstelbare te spreken. In zijn poging om dit obstakel te overwinnen zoekt De Francesco duidelijk aansluiting bij recente theorievorming omtrent het ‘evenement’ als een succesvolle, wonderbaarlijke eruptie van het nieuwe uit het alledaagse nieuws.
Onze waarneming bestaat bij de gratie van het ‘ont-waarnemen’, van de veronachtzaming van wat we waarnemen. Dit cognitieve obstakel belet ons ‘alles’ waar te nemen en dus uit te drukken. De Francesco refereert aan Paul Celan wanneer hij stelt dat poëzie desalniettemin, tegen dit cognitieve obstakel in, moet pogen zich te manifesteren alsof deze waarneming al volledig is: ‘als wäre der Weg schon durchmessen’. De uitdrukkingsvorm van die waarneming is in zekere zin altijd in de voltooid toekomende tijd: de waarneming zal volledig zijn geweest. De constante verschuivingen in de werkwoordstijden van Ridefinizione zijn getuigen van de pogingen het cognitieve obstakel te overwinnen.
Ten derde speelt in Ridefinizione het emotionele obstakel, namelijk dat het nieuws, de alsmaar aanzwellende informatiestroom over steeds abstracter wordende aantallen doden, gewonden en ontheemden, bijna ongemerkt aan ons voorbijgaat. Alhoewel wij in kwantitatieve zin beter dan ooit geïnformeerd worden over het wel en wee van de wereld, lijkt ons vermogen tot empathie daarmee tot een nulpunt te dalen. Daarnaast speelt deze informatie, als we die al opnemen, nauwelijks een rol in onze herinnering. ‘Repressie’ is de naam die daaraan gegeven wordt.
Voor De Francesco worden deze drie obstakels vertegenwoor- digd door witruimtes die de gedichten op- en openbreken. Deze gaten zijn geen stiltes, maar ruimtes waarin alle onverwerkbare en onverwerkte informatie is opgestapeld tot witte ruis – iets wat in zijn geluidsperformances sterk naar voren komt: spaties waarin alle inhoud is ‘ondergedompeld’, marges gevuld met onleesbaarheid.
De immersie waaruit alle dichtwerk ontstaat en de staat waarin het dichtwerk zich verhoudt tot bovenstaande obstakels worden nadrukkelijk aan de orde gesteld in een door de hele bundel verspreide serie gedichten, die ook apart is uitgebracht als da1000m (gammm.org, 2009). Al deze gedichten zijn afdrukken van diepzeeorganismen, vervlochten met allerhande biologisch en genetisch cijfermateriaal. Hun lichamen bestaan slechts uit een minimale scheiding tussen binnen- en buitenkant; als uiterst fragiele wezens weerstaan ze desalniettemin een druk die honderden malen sterker is dan die op het vasteland, en in een volledig donkere ruimte brengen zij hun eigen licht voort. Deze ‘on-dieren’, levend aan de rand van de voorstelbare wereld, confronteren ons met hun feitelijkheid, met hun wonderlijke bestaan, elke keer dat een onderzoeksonderzeeër met nieuw maritiem materiaal opduikt. Dat zij nog steeds ontdekt worden en kunnen worden beschreven, hoe omslachtig of onvolledig ook, en in een jargon dat slechts enkelen beheersen, bewijst tegelijkertijd het bestaan van het onvoorstelbare en onze relatie daartoe, zelfs al is dat een ‘relatie zonder relatie’, zoals ooit beschreven door Maurice Blanchot. In Ridefinizione wil De Francesco laten zien dat dit soort dieren en gedichten wel degelijk figureren in ons bestaan. Dit tonen vormt een erkenning van zijn eigen positie ten opzichte van de uitgestrekte spatie die zich tussen de woordcontinenten uitstrekt. Zijn eigen uitzicht daarop wordt precies ingekaderd in het blikveld dat zijn hoogte hem toestaat, waarop hij beslissend stelt: ‘ik ben mijn hoogte blootsvoets op zeeniveau.’ Het is aan de lezer om dit blikveld met eenzelfde eenvoud te benaderen.
Essay